Aardappelsoorten

Aviko maakt gebruik van verschillende aardappelrassen om een constante hoge kwaliteit te kunnen garanderen. Ieder aardappelras heeft zijn eigen kwaliteiten. Op deze pagina leest u welke rassen  Aviko zoal gebruikt en waarom bepaalde rassen juist niet. Ook leest u welke invloeden er nog meer meespelen voor het maken van de juiste aardappelkeuze.

Verschillende aardappelrassen

De Eigenheimer

De Eigenheimer is een heel bloemige aardappel die vooral in het oosten van Nederland onder oudere generaties erg wordt gewaardeerd als tafelaardappel. Lekker kruimig en bloemig waardoor hij lekker veel jus opneemt. Tegelijkertijd zorgt deze kruimigheid ervoor dat er moeilijk een fatsoenlijk frietje van te bakken is.

Het Bintje

Jarenlang was Bintje hét aardappelras in Nederland; geschikt als lekkere tafelaardappel én voor het maken van frites en chips. Het Bintje bleef populair totdat er problemen ontstonden met de teelt ervan. Het ras bleek gevoelig voor aardappelmoeheid; een bodemgebonden ziekte waarbij 'aaltjes' in de grond ontstaan en zich vermeerderen. Deze aaltjes, een soort kleine wormpjes, vreten aan de wortels van de aardappelplant, waardoor de opbrengst door de jaren heen gaandeweg steeds lager wordt. Er ontstond behoefte aan rassen die resistent waren tegen deze bodemziekte.

Daarnaast kregen we met de komst van de quick-service restaurants in Europa steeds meer vraag naar langere frites. Voor een lang frietje heb je een grote aardappel nodig en ook wat dat betreft was het Bintje te klein om in die behoefte te voorzien. De Nederlandse en West-Europese aardappelkweekbedrijven ontwikkelden daarop nieuwe rassen. Zo kwamen er rassen met specifieke eigenschappen en kwaliteiten, zowel voor de tafelaardappel-markt als voor de fritesmarkt. Maar ook speciale rassen voor de productie van chips.

Trekkers - landbouw

De Agria

De Agria is zo'n speciaal voor de fritesproductie ontwikkeld ras, die het erg goed doet. Een prachtig lange ovale vorm, waar je mooie lange frites uit kunt snijden. De vleeskleur van de Agria is uitgesproken geel, wat in West-Europa ook erg wordt gewaardeerd. Want eenmaal gebakken hebben frites van de Agria een prachtig gouden kleur.

Het zusje van de Agria is de Victoria. Deze is minder geel van kleur  - maar nog steeds een hele goede  'frieter.' Beide rassen worden bij uitstek voor verse frites gebruikt. Ook doen beide rassen het goed in de foodservice, de retail en de cafetaria.

De invloed van buiten

Maar er zijn nog meer 'smaken'; met de komst van diezelfde quick service restaurants kregen we Amerikaanse invloeden in Europa. De Amerikanen zijn aardappelen gewend met een wittere vleeskleur. Voor die markt, en voor de export naar landen waar de wat wittere vleeskleur wordt gevraagd, zijn er rassen zoals o.a. de Innovator en de Markies.

Beschikbaarheid

Niet alle aardappelen zijn het gehele jaar beschikbaar; zo beginnen we het nieuwe seizoen vaak met rassen als Première (de naam zegt het al) en de Fontane, terwijl de Agria en Victoria weer heel geschikt zijn voor een lange opslag en tot juni/juli van het volgende jaar kunnen worden bewaard. Zodoende hebben we het hele jaar tot aan de volgende oogst voldoende aardappelen tot onze beschikking.